Pegida, symptoom van een fenomeen

De storm is langzaam maar zeker weer gaan liggen, het aantal demonstraties nam zienderogen af. Maar de stormachtige opkomst van Pegida heeft zijn weerslag gehad en heeft de gemoederen lang bezig gehouden. De oproer rondom Pegida moet worden gezien als een symptoom van een veel bredere beweging in de moderne Westerse democratieën. Pegida is een onderdeel van een veel groter fenomeen. Zo ziet ook filosoof en filmmaker Jurriën Rood het. Hij analyseert de opkomst van Pegida en het grotere fenomeen waar die opkomst deel van uitmaakt in zijn boek De kwestie Pegida. Rood gebruikt Pegida als ware het een rode draad door zijn verhaal, een rode draad waaromheen hij een fenomeen analyseert, de problemen benoemt en de openingen voor een oplossing in beeld brengt. Het fenomeen waar de schrijver zich op richt heeft betrekking op de vraagstelling rond integratie en de opvang van vluchtelingen en in het verlengde daarvan de plaats van het islamitische geloof in de westerse samenleving. Hieraan koppelt de schrijver de waarde die wij hechten aan de vrije meningsuiting, maar ook hoe we de regels van de vrije mening vergeten zijn.

Waarom juist een filosoof dit boek moest schrijven? Volgens Rood omdat de filosoof als geen ander de discussie vanuit een andere invalshoek kan belichten en op die manier ook andere minder voordehand liggende oplossingen kan bieden. De centrale uitdaging die volgens Rood voorligt is hoe de samenleving vorm kan worden gegeven, hoe je een basis kunt formuleren voor een stabiele maatschappij.

Wat is de herkomst van de groei van een beweging als Pegida? Het onderliggende gevoel is er een van angst en bezorgdheid. Bezorgdheid over de immigratie, bezorgdheid over de stroom van vluchtelingen en het islamitische geloof. Bezorgdheid over wat deze nieuwe ontwikkelingen voor de westerse democratieën gaat betekenen. Dat deze bezorgdheid zich op deze manier uit, in deze hevigheid, is volgens Rood voor een deel het gevolg van de jarenlange politieke correctheid die het publieke debat domineerde. De algemene stellingname was dat elke vorm van onderscheid maken tussen mensen neerkwam op discriminatie. Dit geluid werd van meet af aan de kop ingedrukt. Met als gevolg dat dit taalgebruik en deze als ongepast getypeerde mening als een veenbrand buiten het publieke debat bleef voortbestaan. Bij-effect van deze politieke correctheid was dat er steeds minder aandacht was voor de mening van de ander. De onwelgevallige meningen werden simpelweg in de doofpot gestopt. Daardoor verwerd het recht op vrije meningsuiting tot een recht de eigen mening te promoten, zonder aandacht te schenken aan de mening van de ander. De schrijver brengt daarom onder de aandacht dat je op basis van het recht van vrije meningsuiting ook een plicht hebt tot meningsontvanging. Het werkt dus twee kanten op. Daarom spreken we ook van een dialoog, niet van een tweezijdige monoloog.

De veenbrand die zich onder de oppervlakte kon ontwikkelen kwam aan het begin van de 21e eeuw tot volle ontwikkeling. Het openlijk twijfelen aan de geslaagdheid van de multiculturele samenleving en in het verlengde daarvan de uitgesproken angst voor islamitische invloeden kwam los met het opiniestuk van politicoloog Paul Scheffer. In het verlengde van Scheffer was het vooral de opkomst van Fortuyn en het fortuynisme die het openlijk onderscheid maken en harde kritiek leveren geaccepteerd maakte bij het brede publiek.

De instabiele samenleving

Gevolg van dit alles is een instabiele samenleving, die fel reageert, waar discussie strijd is geworden en waar angst regeert. Om hier tot een oplossing te komen duikt Rood de schatkamer van de filosofie in. Hij komt terecht bij twee denkers uit de Verlichting, Baruch de Spinoza en John Locke. Op basis van hun theorieën over tolerantie en de staat komt Rood tot een drietal basisprincipes die zouden moeten gelden voor een stabiele en redelijke staat: scheiding van kerk en staat, tolerantie van verschillen en geweldsmonopolie van de staat.

Deze drie basisprincipes moeten volgens de auteur de basis vormen voor een goede, fatsoenlijke en stabiele samenleving. Een maatschappij waar alle ruime is om een echte dialoog te voeren en waar we weer bewust zijn van ons vermogen tot overbrugging. Het is een krachtige oproep tot samenwerking. Een oproep die ik van harte ondersteun.

Op deze door Rood geformuleerde drie-eenheid wil ik de aandacht vestigen. Met de drie basisprincipe schetst Rood een nieuw sociaal contract voor de vormgeving van de staat. Aan het slot van zijn boek heeft de schrijver ook een voorbeeld voor een dun sociaal contract opgenomen. Hij grijpt hiermee terug naar een principe waar de Engelse filosoof Thomas Hobbes de geestelijk vader van is.

Om een goed beeld te krijgen van wat het sociale contract precies was, is het goed even terug te gaan naar deze periode in de geschiedenis van de filosofie. Het beginpunt van Hobbes’ politieke denken is de stelling dat Aristoteles fout zat, toen hij beweerde dat de mens van nature een sociaal wezen is. De mens is dat volgens Hobbes geenszins, het is veel meer individu. Die mens leeft in onzekerheid. Vanuit deze onzekerheid komt een vorm van wantrouwen richting de ander. Op basis van zo’n gevoel van wantrouwen kan nooit een natuurlijk goedgeordende samenleving worden gecreëerd. Hobbes stelt dat er een soeverein aan te pas moet komen om orde en vrede te kunnen scheppen. Om tot dat punt te komen moet de mens rechten overdragen aan de soeverein. Dát is het sociaal contract bij Hobbes.

Rood schat de huidige instabiele situatie het gevolg is van een wantrouwen richting de ander, een wantrouwen dat zich uit in de wijze van debatteren. Daarom is juist de erkenning van de drie basisprincipes een noodzakelijke stap. Hij ziet dit overigens niet louter als het opleggen van bepaalde afspraken, het is meer:

Aanvaarding van dit contract houdt niet alleen een conformeren aan de grondregels van de samenleving in, maar evengoed het profiteren van alles positieve gevolgen ervan. (p.66)

Met dit sociale contract komen we volgens mij tot de kern van Roods boek. Hij vliegt de oplossing aan vanuit een politiek-filosofisch kader. Hij geeft antwoord op de vraag hoe we de samenleving op een goede wijze vorm kunnen geven, zodat er daadwerkelijk sprake is van een sámen-leving. De zoektocht van de schrijver richt zich dus op het vormgeven van de staat. Waar het om migratie en integratie gaat, waar het om opvang van vluchtelingen gaat, is er een rol weggelegd voor de politieke filosofie. De keuze van Rood om te zoeken naar een politiek-filosofische oplossing volgt logischerwijs uit de geschetste probleemvraag. Het is een passend vervolg op zijn analyse en uiteenzetting.

Een vraag te ver

Toch slaat Rood volgens mij een stap over. Want er ligt hier mijns inziens nog een filosofische vraag aan ten grondslag. Een vraag die vooraf zou moeten gaan aan de politiek-filosofische vraag die Rood beantwoordt. Nog voordat er moet worden gekeken naar hoe de staat kan worden ingericht, hoe de stabiele samenleving kan worden gevormd, moet de ethische vraag worden beantwoord. De vraag die in het kader van de toegepaste ethiek zou moeten worden gesteld is: hebben we als samenleving een verplichting om vluchtelingen uit niet-Europese landen op te vangen? Die vraag, daar gaat Rood aan voorbij. Althans, hij stelt de vraag niet expliciet en geeft er derhalve ook geen dito antwoord op. Uit zijn betoog blijkt echter wel dat hij een antwoord geeft, dat antwoord volgt impliciet en indirect uit zijn verhaal. Het boeiende en krachtige betoog had nog zo veel meer aan kracht kunnen winnen als Rood ook de ethische vraag aan de oppervlakte had gelegd en had beantwoord. Het signaal dat hij geeft had daarmee nog zo veel krachtiger kunnen zijn.

Nieuwe inzichten, heldere oproep

Rood gaf zelf al aan dat dit boek juist door een filosoof moest worden geschreven, omdat juist de filosoof openingen ziet waar een ander niet aan denkt. Hij doet at op een fabelachtige wijze, waardoor het boek ook bol stat van interessante en vernieuwende inzichten. Zijn analyse is sterkt en helder. Het maakt duidelijk waar het probleem zit en benadrukt nogmaals hoe groot de uitdaging is die voor ons ligt. Maar het biedt ook de broodnodige handvatten, het biedt hoop op een toekomstbestendige oplossing. Daarin zullen we zelf een rol moeten spelen, we zullen boven het gevecht van de discussie uit moeten stijgen en durven overbruggingen te zoeken.

 

De kwestie Pegida
J. Rood
ISVW Uitgevers
verschenen voorjaar 2016
ISBN 9789491693779