Kritiek op het bijkans heilige

Het is in Nederland een zich eens in de vier jaar herhalend fenomeen en eind dit jaar is het weer raak in de Verenigde Staten: verkiezingen. Het systeem dat simpel gezegd inhoudt dat iemand eens in de zoveel jaar een vakje inkleurt.We kennen het systeem in de westerse democratieën al een flinke tijd. Een systeem dat zelden tot nooit ter discussie wordt gesteld. David Van Reybrouck durft het aan in zijn essay Tegen verkiezingen.

Het is een essay over de basis van de politieke filosofie: de zoektocht naar een balans tussen efficiënte en legitieme besluitvorming. De Vlaamse schrijver stelt het gehele systeem ter discussie. Dat doet niet niet uit de losse pols, hij stelt eerst de ziekte van het systeem vast en brengt alternatieven in beeld. Het is een ware ontdekkingstocht.

Het Democratisch Vermoeidheidssyndroom
Het essay van Van Reybrouck is opgebouwd in vier delen: symptomen, diagnoses, pathogenese en remedies. Opgebouwd op basis van een medisch dossier. De ziekte die wordt onderzocht luistert naar de naam Democratisch Vermoeidheidssyndroom (DVS), een ziekte die volgens Van Reybrouck heerst bij Westerse democratieën. Dit wordt onder andere uitgedrukt in het aantal kiezers dat de stembusgang links laat liggen.

Electoraal absenteïsme is de belangrijkste politieke stroming in het Westen aan het worden, maar daar gaat het nooit over. (p.14)

De massale afwezigheid van de kiezers bij een stembusgang is volgens de schrijver een van de symptomen van het DVS. Van Reybrouck ziet dat de politieke daadkracht afkalft. Dit is volgens hem het gevolg van de steeds kortere periodes van regeren door instabielere kabinetten, de steeds langer durende kabinetsformaties en de steeds verder dichtgetimmerde regeerakkoorden. Dit geheel maakt dat het politieke systeem uit balans is geraakt. Het is een systeem dat piept en kraakt. Waardoor dat piepen en kraken wordt veroorzaakt, is de tweede stap van het medisch dossier.

De diagnoses
Voor het Democratisch Vermoeidheidssyndroom ziet Van Reybrouck een viertal mogelijke diagnoses, gericht op de democratie en hoe zij is vormgegeven. Hij wijst vier mogelijke schuldigen aan: de politici, de democratie, de representatieve democratie en tot slot de electoraal-representatieve democratie. De eerste van deze vier zou de weg van het populisme zijn, de tweede werkt de technocratie in de hand en de derde vraagt om een directe democratie, het buitenparlementaire parlement.

De drie remedies die ik tot dusver heb besproken lijken mij stuk voor stuk gevaarlijk: populisme is gevaarlijk voor de minderheid, technocratie is gevaarlijk voor de meerderheid en antiparlementarisme is gevaarlijk voor de vrijheid. (p. 38)

Dat maakt volgens Van Reybrouck dat de werkelijke schuld van het DVS ligt bij de electoraal-representatieve democratie. Kortom, het zijn de verkiezingen. De auteur stelt vast dat het probleem van het DVS ligt aan het systeem van de verkiezingen. We zijn in zekere zin blind geworden voor de gevaren van het systeem, de gevaren van de verkiezingen voor de democratie.

Hier ligt de grondoorzaak van het Democratische Vermoeidheidssyndroom: we zijn allemaal electorale fundamentalisten geworden. (p.41)

De schrijver ontkent niet dat verkiezingen ons veel hebben gebracht, hij onderschrijft dat juist. Maar vier factoren hebben het fungeren van de verkiezingen bemoeilijkt. Deze vier factoren komen gaandeweg tot stand. Dat begint aan het einde van de negentiende eeuw en eindigt in het heden. Dat tijden veranderen is bekend, de vraag hoe de democratie het beste fungeert is ook afhankelijk van de historische periode. De vier factoren die in de loop van de tijd zijn verandert zijn: het algemene kiesrecht, oprichting van politieke partijen, commerciële media en de mogelijke doodsteek: de sociale media. De verkiezingen en het systeem van representatie zijn gebaseerd op een samenleving die verticaal is, terwijl de vier ontwikkelingen er langzaam maar zeker voor hebben gezorgd dat de huidige samenleving veelal horizontaal is. We hebben de democratie in de loop van de tijd in het keurslijf van de verkiezingen gedrukt. Een systeem dat volgens Van Reybrouck niet meer de meest wenselijke balans heeft tussen efficiëntie en legitimiteit. Dit keurslijf van verkiezingen dreigt de democratie fataal te worden.

Hoe zijn we er gekomen?
De kern van het probleem ligt in de electoraal-representatieve democratie. Van Reybrouck schetst hoe in de loop van de geschiedenis aan het principe van de democratie vorm werd gegeven. Hij begint daarmee in het klassieke Griekenland. Om precies te zijn, het oude Athene. Daar kende men een democratie van directe participatie. De totstandkoming van die participatie kwam niet aan de hand van verkiezingen tot stand, maar door middel van loting. Om de participatie zo groot mogelijk te krijgen, koos men ervoor om los van de loting ook rotatie toe te passen. Om dit te vergelijken met het systeem van verkiezingen, citeert Van Reybrouck de klassieke denker Aristoteles:

Vrijheid is niet: steeds zelf de macht hebben. Vrijheid is evenmin: je niets hoeven aan te trekken van de macht. Vrijheid is nog minder: je slaafs neerleggen bij de macht. Vrijheid is het evenwicht tussen autonomie en loyaliteit, tussen regeren en geregeerd worden. (p. 66)

Het principe van loting komt aan het einde van de middeleeuwen terug in Italiaanse stadstaten zoals Venetië. Dit alles in een systeem waar de grote massa geen macht had en er nog sprake was van een standenmaatschappij.
Die standenmaatschappij kent haar einde met de Franse Revolutie. Op dat moment viel het stelsel van macht dat binnen de standenmaatschappij gold uiteen. Met het principe ‘de koning is dood, lang leven de koning’ bracht het wegvallen van het ene machtssysteem een ander machtssysteem. De leiders van de Franse Revolutie hebben dit nieuwe systeem ingevuld, waarbij duidelijk werd dat de massa niet daadwerkelijk aan de macht moest komen. Om dit te voorkomen, werden er verkiezingen in het leven geroepen. Dit maakt dat juist de verkiezingen de aristocratie in stand wist te houden. Een nieuwe elite nam de macht over van de oude elite, door middel van de verkiezingen. De elite bepaald op deze manier zelf op wie kan worden gestemd.

De Franse Revolutie, (…), verjoeg geen aristocratie om haar te vervangen door democratie, maar verjoeg een erfelijke aristocratie om haar te vervangen door een gekozen aristocratie. (p. 88)

Hoe nu verder?
Van Reybrouck toont lef door een bijkans heilig systeem van de verkiezingen zo te bekritiseren, of althans: in een zo duidelijk historisch perspectief te plaatsen. De remedie voor het DVS is volgens hem een teruggang naar de klassieke tijd: het principe van loting. Hij laat in zijn essay een reeks aan eigentijdse al gedane experimenten met loting de revue passeren. Experimenten die vragen om durf, om out of the box denken. Dit soort experimenten vraagt om vertrouwen in elkaar, in plaats van het wantrouwen dat de aanvang was van het systeem van verkiezingen.

Van Reybrouck heeft een uitdagend essay geschreven, dat op bepaalde momenten een echte eye-opener is. Dit essay is verplichte kost voor een ieder die zich op wat voor manier dan ook maar betrokken zijn bij het politieke domein. Het is een ontdekkingstocht, maar met de niet mis te verstande titel is het al duidelijk welk oordeel in het essay zal worden geveld. Het is derhalve een ontdekkingstocht met een zekere mate van voorspelbaarheid. Laat nou net die voorspelbaarheid bij loting geen rol spelen.

Tegen verkiezingen
D. V. Reybrouck
De bezige bij
9789023474593