Postmodernisme, radicale of ridicule Verlichting?

Het is een van de vijf titels die kans maakt op de Socrates Wisselbeker 2015. Ze is de enige vrouw op de shortlist en met Macht en onmacht schreef ze een indrukwekkend en oorspronkelijk boek over de postmoderne filosofie en haar gevaren. Het boek pakt de lezer meteen met de ondertitel Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting. Op de achterflap neemt de wil tot lezen alleen maar toe door woorden als ‘(…)verkent Tinneke Beeckman de oorzaken van de maatschappelijke vertwijfeling’. Het werk wil de aandacht vestigen op de – het lijkt soms wel vergeten – idealen van de Verlichting van vrijheid en waarheidsvinding. Beeckman laat zien hoe het postmoderne denken deze idealen uit onze gedachten heeft weten te verdrijven en tot welke consequenties dat leidt. Wat maakt dat de postmoderne filosofie een zo vertwijfelde samenleving heeft opgeleverd en wat zijn daar de risico’s van?

De postmoderne filosofie, wat is het?
Om de herkomst van die vertwijfelde samenleving in beeld te brengen kiest Beeckman ervoor allereerst het postmoderne denken an sich in beeld te brengen en daarna te kijken naar de herkomst van dat denken. Opvallend is dat de postmoderne filosofie toch haar kinderkamer kent in de Franstalige wijsgebeerte met denkers als Derrida en Foucault en dat Beeckman de herkomst van dat denken vindt in de Duitstalige denkwereld van voornamelijk Nietzsche en Heidegger. Wat is nou het uitgangspunt van die postmoderne filosofie? Je zou het in een woord kunnen vatten: wantrouwen.

Het postmoderne denken – althans, de rode lijn, want van een gezamenlijke visie was geen sprake – ziet de mens niet langer als onderdeel van de filosofie. Ze richt zich vooral op de taal. Die gerichtheid op de taal maakt dat voor de postmoderne denker de woorden en de zinnen kennis brengen, niet de mens. Maar deze kennis is allerminst neutraal, ze is gekleurd door machtsstructuren en hierarchie. De omslag die denkers als Derrida en Foucault voor ogen hebben is van een verticale kennishierarchie naar een horizontale. In de Encyclopedia of philosophy valt te lezen dat het postmodernisme wars is van hierarchie, continutiet, vooruitgang.

In zekere zin is de postmoderne filosofie een revolutionaire vorm van het verlichtingsdenken van Kant. Waar Kant en zijn metgezellen uit waren op het niet langer denken in vormen van hiërarchie en het volgen van het godsbegrip, vallen de postmoderne denkers de verlichtingsidealen van rede, rationaliteit en het geloof in de mens als autonoom wezen aan.

‘Postmoderne denkers bekritiseren twee belangrijke ideeën die de moderne denkers van de zeventiende tot de negentiende eeuw aannemen, namelijk dat de mens de maat is voor politieke en morele waarden, en dat de rede de mens kan emanciperen.’(p. 15)

De herkomst, Nietzsche en Heidegger
Beeckman schrijft een deel van de herkomst van dat postmoderne denken toe aan de negentiende-eeuwse Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. De man die onze moraal koppelde aan een slavenmentaliteit en die God dood verklaarde in zijn De vrolijke wetenschap. Waar het postmoderne denken en Nietzsche elkaar ontmoeten is op het punt van de objectiviteit. Nietzsche stelt dat zo’n begrip niets anders is dan het tegen elkaar afwegen van de voors en tegens. Als kritisch denker neem je steeds meer tot je, waardoor je een bepaald perspectief creëert, vanuit dit perspectief maak je een afweging over hoe objectief bepaalde denk- en zienswijzen zijn. Hierin is voor absolute waarheden simpelweg geen ruimte.

Nietzsche uit hevige kritiek op het Verlichtingsdenken. Hij stelt dat het humanisme het vrije denken niet werkelijk heeft omarmd. Want hoewel de humanisten het dogma van god hebben bestreden, omarmen ze eenzelfde soort systeem: het geloof in idealen. Door te geloven en vast te houden aan de rede en de ratio blokkeren de humanisten het echt vrije denken.

Naast Nietzsche ziet Beeckman ideeën van Heidegger als gedeeltelijke oorsprong van de postmoderne filosofie. Heidegger kent een heel andere methode dan Nietzsche, een methode die tot dan toe ongebruikelijk was. Heidegger is in alles – althans de vroege Heidegger van Sein und Zeit– een taalfilosoof. Een denker die de taal en haar herkomst gebruikt om tot diepere inzichten te komen. Hij gebruikt hiervoor de etymologische waarde van de taal: achterhalen wat de ware bron van een hedendaags woord is, om tot de kern van de taal toe te kunnen treden.

De etymologische aanpak strookt met de fundamentele vooronderstelling van Heidegger de taal bevat, in haar oorspronkelijke lagen, een diepzinnige, existentiële getuigenis over de lotsbestemming van de mens.’(P. 81)

Zowel bij Nietzsche als bij Heidegger is de invloed op het postmodernisme vooral op basis van de door hen gehanteerde methode. Nietzsches methode van de twijfel en het wantrouwen en Heideggers taalfilosofische methode van de etymologische waarde van de taal in combinatie met Heideggers visie op de techniek.

De gevolgen
Het gedachtengoed van het postmodernisme zoals hierboven uiteengezet heeft directe gevolgen voor het onderscheid tussen waarheid en onwaarheid. Een grens die binnen het postmodernisme mistig wordt. Met het uitgangspunt van hiërarchie en machtsstructuren valt de basis onder echt wetenschappelijke kennis weg. Die kan niet bestaan als ieder argument wordt ingekaderd in het principe van macht en hiërarchie. Juist door deze houding wordt het kritisch denken in de kiem gesmoord en wordt complotdenkers een rode loper uitgelegd. Want in een wereld van horizontale kennishierarchie heft wetenschappelijke kennis geen enkele meerwaarde meer ten opzichte van andere kennis en heeft het wantrouwen gezegevierd over het vertrouwen.

Om het beeldend te verwoorden: het postmodernisme heeft een goed geordend bos waar feit en fictie van elkaar konden worden gescheiden, veranderd in een warrig oerwoud. De verhoudingen zijn zoek.

‘Het probleem is echter dat er geen norm, geen maatstaf meer is om waarheid van onwetendheid te onderscheiden.’ (p. 171)

Macht en onmacht is een boek dat nieuwe inzichten geeft, de geest aanscherpt en de mogelijke gevolgen van een onkritische houding laat zien. Beeckman laat zien hoe Rorty de mist in gaat en waarom we allemaal Truth and Truthfulness van de Britse filosoof Bernard Williams moeten lezen om tegengas te geven aan het postmoderne denken. Ze bepleit discussies anders te gaan voeren, niet bij terreur constant naar sociaal-economische vaardigheden te wijzen, maar de lef te hebben daar buiten te stappen. Dit boek daagt de lezer uit buiten de veilige kaders te denken, de grenzen van het denken te verleggen. Dit alles gekoppeld aan een actueel thema, de aanval op de vrijheid van meningsuiting in Europa door fundamentalisten.

Macht en onmacht
T. Beeckman
Uitgeverij De bezige bij
9789085426097