Lieve R.,

Het is een fenomeen dat wordt bedreigd met uitsterven: de brief. Handgeschreven met vulpen, getikt op een schrijfmachine of getypt achter een pc; de brief is een steeds minder voorkomende verschijning. Maar wat is er mooier dan de brief? Wat is er mooier dan in een persoonlijk relaas op papier gedachten met elkaar te delen? Daarom heb ik mezelf een nieuwe uitdaging opgelegd: het tikken van brieven aan jou. Op verwachte en onverwachte momenten, met hopelijk een vorm van regelmaat. Minimaal eens in de week moet ik je in ieder geval schrijven. Met jou deel ik die rare kronkels in m’n gedachten, met jou deel ik mijn verbazing over wat ik lees, wat ik zie. Dit is de aftrap van die nieuwe uitdaging.

Dit is de week waarin ik Talend naar betekenis het oeuvre van Connie Palmen van Koen Schouwenburg heb gelezen. Het boek lag al een tijd te wachten op de stapel nog te lezen boeken. Daar lag het al nadat ik de lezing van Palmen in Stadskanaal bijwoonde, een lezing die ze gaf als auteur van het boekenweekessay. In exact diezelfde week verscheen ook de verzameling van haar essayistische werk. Die laatste bundel genoot in dit geval toch mijn voorkeur. Achteraf ben ik daar gelukkig mee. Want met de essays nog scherp in het achterhoofd leest het boek van Schouwenburg een stuk makkelijker weg. Hij maakt de lezer wegwijs in het gehele oeuvre van Palmen. Je leest de bewondering die de schrijver van het boek heeft voor de auteur van romans als Jij zegt het en De wetten. Schouwenburg pareert gedurende de verschillende hoofdstukken de kritiek die vanuit de literaire wereld is geuit op de romans van Palmen. Hij schuwt daarbij niet om hoogleraren als Vaessens en Joosten aan te pakken. Hij komt hierdoor soms vilein uit de bocht, maar dat siert hem ook. Je merkt dat Schouwenburg een uitdaging heeft gevonden – net als elke andere letterkundige – in de worsteling van betrokkenheid en distantie; je moet afstand tot je onderwerp bewaren, maar bent tegelijkertijd bewonderaar. Wat het boek in ieder geval benadrukt is de positie van Palmen in de Nederlandstalige literaire wereld. Binnen die wereld is zij ontegenzeggelijk de grande dame. Het blijkt overigens dat Schouwenburg en ik iets met elkaar delen. Meer nog dan onze bewondering voor Connie Palmen. We hebben beide een zwak voor het tweedehands boek en weten in Groningen beide antiquariaat Isis goed te vinden.

Toch zal het lezen van Talend naar betekenis niet de herinnering van deze week worden. Deze week zal als gitzwart herinnerd worden. Afgelopen zaterdag werd Abdelhak Nouri, de 20-jarige voetballer van Ajax – tijdens een oefenwedstrijd onwel. Wat volgde was reanimatie, defibrillator, traumahelikopter. De machteloosheid en het verdriet op het gezicht van trainer Marcel Keizer. De aangeslagen spelers op en rondom het veld. Nouri zou last hebben gekregen van hartritmestoornissen, hij had weer een zelfstandige hartslag, werd in slaap gehouden en lag aan de beademing.
Aan het begin van deze week waren de eerste signalen voorzichtig positief, het hart mankeerde niks. Op de eerste hersenscan viel ook nog niks ernstig te zien. Maar gistermiddag kwam het bericht dat hij ernstige en onherstelbare hersenschade heeft opgelopen door zuurstoftekort.

Nouri was Ajax. Hij doorliep vrijwel alle elftallen van de jeugdopleiding, trainde al een paar jaar regelmatig mee met de selectie. Dat de tribune op de Toekomst vol kwam te zitten, kwam dankzij hem. Zijn dans over het veld werkte betoverend. Hij had het volgende talent uit de jeugdopleiding moeten zijn dat doorbrak bij het eerste. Het was een voetballer met durf, die plezier had in het spelletje. Een echte Ajax-voetballer, met Amsterdamse branie. Een uniek talent met grote dromen. Nu rest niets anders dan hopen op een wonder. Het is een gitzwarte week geworden.

Een treurige groet,

Niek