Hij die mijn vlam aanwakkerde

Als middelbare scholier was het voor mij de roman Siegfried van Harry Mulisch die de interesse in literatuur aanwakkerde. Rond diezelfde periode- het zal het vierde jaar van de havo geweest zijn, mijn docente Nederlands was mevrouw Heine – was het bij het lezen van Jan Kal zijn sonnet Mont Ventoux dat ik voor het eerst mijn voelsprieten voor poëzie aan het werk zette. Dichten is fietsen op de Mont Ventoux, zo schreef Kal. Om als slotakkoord van deze helletocht naar de top van de berg te eindigen met (…) ijdelheid en het najagen van de wind. Hiermee had ik de vierde klas twee van de drie hoofdcategorieën waarin de P.C. Hooftprijs wordt uitgereikt leren kennen: het proza en de poëzie.

De laatste van de drie categorieën liet wat langer op zich wachten. Het zal in vwo vijf zijn geweest dat ik door Boekhandel Vermeer in Emmen aan het struinen was op zoek naar iets om te lezen. Het bijna fluorescerend roze van de rug van het boek heeft misschien wel de aandacht van mijn ogen opgeëist. Het was geen roman, geen dichtbundel, maar een pamflet. Het was De schaamte voor links van Joost Zwagerman. Het zal mijn geëngageerde interesse zijn geweest, mijn oriëntatie op de politiek, die vond dat ik dit moest lezen. Vanaf dat moment was ook het essay mij niet langer onbekend.

Iedere essayist is ontegenzeggelijk schatplichtig aan de Franse filosoof Michel de Montaigne. Deze geestelijk vader van het essay schreef een kloeke bundel vol tijdloze essays. Het was voor mij Joost Zwagerman die mij wegwijs maakte in dit bijzondere genre in de literatuur. Wat voor mij begon bij het essay over de status van de sociaal-democratie in Nederland werd gevolgd in 2009 door de uitgave Hitler in de polder & Vrij van God. In deze twee essays gaat Zwagerman in op de bijzondere wijze waarop we in de hedendaagse politiek bij beledigingen graag verwijzen naar nazi-kopmannen. Hij haalt hierbij het beruchte voorbeeld aan van de belediging van Minister van Financiën Onno Ruding, Hugo Brandt Corstius noemde hem de Eichmann van onze tijd. Op de flaptekst staat: In Hitler in de polder & Vrij van God legt Joost Zwagerman de morele verwarring en verdooldheid bloot van een belangrijk deel van de Nederlandse opiniemakers en publicisten. Zwagerman nam mij op een fantastische wijze mee in de wereld van het essay, het was een liefde op het eerste gezicht. Die allereerste prille liefde voor de essayistiek werd bij mij aangewakkerd door Joost Zwagerman.

Zwagerman was de bevlogenheid zelve als het om kunst ging, zijn colleges bij DWDD waren ongekend, de passie spat werkelijk van het beeld af. Een combinatie van eruditie, bevlogenheid en vertelkunst maakten dat ik ademloos luisterde als Zwagerman vertelde over de schilderkunst. Toen ik gisteravond het bericht over zijn zelfgekozen dood las, wilde ik maar een ding: even verdwalen in Zwart vierkant van de Russische kunstenaar Malevitsj, het kunstwerk waarbij Zwagerman laat aantekenen dat Het Niets Bestaat.

Ik zal dit weekend De stilte van het licht, Zwagermans bijdragen over kunst, proberen te doorgronden. Joost Zwagerman was ongekend in alle facetten van het schrijven. Het schoolvoorbeeld van een multitalent. Hij zal worden gemist.