Het verval van Labour

Labour is in verval. Na de verkiezing van Corbyn als partijleider, het gesteggel over de Britse bombardementen boven Syrië en als klap op de vuurpijl het referendum en de rol van Corbyn daarin. Vanaf dat moment is chaos en achterdocht troef bij de Britse sociaaldemocraten. De fractie gaf in ruime meerderheid te kennen geen vertrouwen te hebben in de partijleider en een leiderschapsverkiezing bleek onvermijdelijk. Het speelveld voor die verkiezingen lijkt nu glashelder: zittend leider Jeremy Corbyn neemt het op tegen Owen Smith.

De vraag die Labourleden zichzelf zullen moeten stellen in de komende weken is wat zij willen. Zij zijn het die de nieuwe leider zullen kiezen en zij bepalen daarmee de toekomst van de Labour Party. Het is een keuze die anders zal zijn dan de verkiezingen van vorig jaar. Toen was Corbyn immers de enige uitgesproken radicaal-linkse kandidaat tegenover een drietal gewinterde politici met ervaring binnen de regering onder leiding van of Blair of Brown. Zij waren daardoor alle drie besmet met die stempel (blairites and brownites). De uitdager van nu heeft zo’n stempel niet. Owen Smith is uitgesproken, energiek en heeft een duidelijk linkse agenda. Zijn visie is op veel punten niet wezenlijk anders dan die van Corbyn.

Waar het voor de Labourleden op aankomt is wat zij willen: een leider die vooral steun geniet van de leden of een leider die de potentie heeft veel kiezers achter zich te binden en Labour terug kan brengen aan de macht, opnieuw een sociaaldemocraat in Downing Street 10. Owen Smith heeft de potentie van Labour een levendige sociaaldemocratische partij te maken, met een duidelijke agenda die ver weg staat van het New Labour van Blair, Brown en Mandelson. Een partij die verkiesbaar is, omdat zij een leider heeft die premierwaardig is.