Derrida en het vertalen

Het is een bekend probleem, onder andere bij literatuur: vertaling. Het vertalen van teksten is problematisch, want talen kunnen elkaar niet volledig dekken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het Nederlandse woord ‘gezellig’, dit woord is onmogelijk naar het Engels te vertalen. Het probleem van vertalen wordt door de Franse filosoof Jacques Derrida onderschreven.
Hij gaat hier onder andere opin in een brief van 10 juli 1983.1 In deze brief geeft Derrida aan hoe moeilijk het is om de term ‘deconstructie’ te vertalen naar het Japans. In een eerder essay, geschreven in 1985, gaat Derrida in op vertalen op zich. Hij bespreekt dit aan de hand van het uit Genesis bekende verhaal van de Toren van Babel. In dit essay zal ik bespreken wat door Derrida naar voren wordt gebracht in zijn essay ‘Des Tours de Babel’. Dit zal ik – hoe ironisch dit eigenlijk ook moge zijn – doen aan de hand van de vertaling van J.F. Graham.2

Het essay zal in een aantal stappen toewerken naar een conclusie. Om het essay van Derrida goed te kunnen begrijpen is het van belang om het beeld van de Toren van Babel uit Genesis te schetsen. Daarnaast is het van belang om te bespreken wat Derrida verstaat onder deconstructie. Dit laatste zal nooit volledig kunnen slagen, want zoals Derrida in de eerder genoemde brief zelf al stelde: ‘What deconstruction is not? everything ofcourse! What is deconstruction? nothing of course!’3 Nadat uiteengezet is wat Derrida ongeveer verstaat onder deconstructie zal worden beschreven hoe de Franse filosoof dit weet toe te passen op het Bijbelse verhaal over de Toren van Babel.

Allereerst is het van belang om weer te geven waar de Bijbelse vertelling de Toren van Babel precies over handelt. De Toren van Babel is een bouwwerk dat werd gebouwd door de eerste nakomelingen van Noach. Het werd gebouwd in het gebied Sinear, in de stad Babel. De bedoeling was op de toren te bouwen tot de hemel. Dit was onder andere bedoeld om als centraal herkenningspunt te kunnen fungeren. Genesis handelt onder andere over dat God aan Noach en de zijnen de opdracht had gegeven zich over de aarde te verspreiden. Omdat dit niet vanzelf ging heeft God tijdens de bouw van de toren de taal van de bouwers doen verwarren, hierdoor werd de toren niet afgebouwd en verspreidde de mens zich alsnog over de wereld.

Wat als tweede van belang is om inzichtelijk te maken is wat Derrida bedoelt met zijn term deconstructie. Hier vormt zich – zoals in de bovenstaande inleiding al aangegeven – het eerste probleem. Want Derrida stelt zelf dat deconstructie niet valt te definiëren. Er is dan ook geen echte methode voor deconstructie. Toch is er wel een bepaalde strategie voor het deconstrueren door Derrida uiteengezet.4 De door Derrida uiteengezette strategie behelst een tweetal aspecten. De eerste hiervan bestaat uit het ter discussie stellen van de hiërarchische opposities.5Een voorbeeld hiervan is dat in een bepaalde tekst de voetnoot de algemene lijn van de tekst tegenspreekt. De betreffende voetnoot – hiërarchisch gezien niet van zeer groot belang ten opzichte van de gehele tekst – wordt in het geval van deconstructie van groot belang gemaakt. Het tweede aspect van deconstructie is dat de beide polen niet langer van elkaar te onderscheiden zijn, gevolg hiervan is dat de structuur en de betekenis van een tekst niet langer vallen te ordenen.6 Wat er gebeurt is dat een tekst op een detail (zoals een voetnoot) wordt opengescheurd en als gevolg daarvan een hele reeks aan nieuwe betekenissen aan de tekst kan worden toegeschreven. In dit laatste zit ook deels het probleem van het definiëren van deconstructie. Want deconstructie zoekt niet naar een specifieke betekenis, het maakt ruimte voor nieuwe betekenissen en stelt het oordeel c.q. de beslissing uit.7 Wat nog van belang is om te vermelden is dat deconstructie volgens Derrida in beginsel geen handeling is, het gebeurt: deconstructie zit al in de tekst.8Hiermee hoop ik een beeld te hebben gegeven van wat deconstructie inhoudt en hoe het te werk gaat.

Nu duidelijk gemaakt is wat de achtergrond van het verhaal van de Toren van Babel is en gepoogd is een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van wat deconstructie volgens Derrida is kan nu worden gekeken naar het essay van Jacques Derrida over de Toren van Babel en het probleem van vertalen.  Dit essay is verschenen in 1985 onder de titel ‘Des Tours de Babel’.

Derrida geeft aan het begin van zijn essay aan dat Babel ik beginsel een eigennaam is. Het kenmerk van eigennamen is dat zij niet kunnen worden vertaald. Tegelijkertijd wordt aangegeven welke vraag niet eenvoudig kan worden beantwoord: waar hebben we het over als we Babel zeggen? Het is volgens de Franse filosoof duidelijk dat Babel niet naar slechts een specifiek iets verwijst.9 Babel staat voor de onmacht van de taal ten opzicht van betekenis. Juist dit beeld van waar de Toren van Babel voor staat laat zien dat er in de taal een noodzaak is voor beeldspraak. Er wordt duidelijk gemaakt dat de Toren van Babel niet staat voor de ongekend grote hoeveelheid aan talen, maar voor het staat voor het niet volledig af kunnen maken van de bouw van een bepaalde constructie. Immers, de Toren van Babel heeft de hemel nooit bereikt, het is nooit afgebouwd. Derrida vertaalt dit naar de mogelijkheid tot wat hij noemt ‘a “true” translation’.10 Volgens Derrida is de veelheid aan talen niet louter een beperking voor het kunnen completeren van die werkelijke vertalingen, het staat ook voor een bepaalde structurele orde. En binnen die orde is er een bepaalde limiet – die wordt figuurlijk weergegeven door het niet kunnen voltooien van de bouw – waar het gaat om het formuleren, de constructie van de orde is onvolledig. En zo gezien vormt vertaling in zekere zin een eigen soort deconstructie.11

Als vervolg op deze constatering gaat Derrida in op de rol die de originele taal waarin een bepaald verhaal is geschreven. De Toren van Babel kent zijn oorsprong in het Herbreeuws, de taal van waarin de eerste Bijbel werd geschreven. In deze taal heeft Babel ook een andere vertaling, Derrida zelf schrijft het prachtig: ‘In a tongue within which the proper name of Babel could also, by confusion, be translaten by “confusion”.12 Derrida maakt hierbij gebruik van de Dictionnaire philosophique van Voltaire, hierin staat dat het onbetwistbaar is dat Babel ook verwarring betekent. Hieruit moet worden geconcludeerd dat Babel niet alleen maar een eigennaam is, maar ook een zelfstandig naamwoord. En in tegenstelling tot een eigennaam valt een zelfstandig naamwoord wel te vertalen. Volgens Voltaire heeft in dit opzicht Babel ook een dubbelzinnige betekenis waar het gaat om verwarring: de verwarring die tot stand komt door de veelheid aan talen, maar ook de verwarring die er is gaan heersen door het feit dat de toren nooit is afgebouwd. Derrida besluit nog dieper in te gaan op wat Voltaire heeft beweerd. Want deze laatste ziet nog een aspect dat belicht moet worden in verband met de verwarring. Het feit dat de stad een naam heeft gekregen van God, de vader. God heeft door een naam te geven aan de stad, door namen te geven in het algemeen, de taal geschapen. Maar God heeft tegelijkertijd – door het niet laten voltooien van de Toren van Babel – verwarring geschapen onder zijn eigen onderdanen.13God heeft eigenhandig Babel gedeconstrueerd.

Na de visie van Voltaire te hebben besproken gaat Derrida in op twee verschillende vertalingen van het Bijbelse verhaal naar het Frans. De eerste vertaling vertaalt niet letterlijk, de tweede vertaling veel meer. Wat opvallend is, is dat beide vertalingen voor een deel van elkaar verschillen en dat daardoor het verhaal anders kan worden geïnterpreteerd. Wat naar voren komt is dat in beide vertalingen God de mensen straft. Derrida stelt vast dat God de mensen straft omdat zij een eigen unieke en universele geschiedenis van zichzelf hebben willen scheppen.14 God is zogezegd verantwoordelijk voor de verspreiding van de mens en de veelheid in talen. De bedoeling van God was om door de veelheid in talen ervoor te zorgen dat mensen elkaar niet meer begrepen. Door de veelheid aan talen heeft God de mogelijkheid gecreëerd tot vertalen – immers met een taal valt er weinig te vertalen -, maar God wilde dat mensen niet met elkaar zouden kunnen konden communiceren. Daarmee wordt door God zowel de mogelijkheid van als het verbod op vertalen gecreëerd. In dit licht stelt Derrida het volgende: ‘God deconstructs. Himself.’15 Een heel interessante vraag die Derrida in dit essay stelt is hoe men een tekst gaat vertalen als er in die tekst meer dan een taal wordt gehanteerd. Vertaling gaat normaliter uit van een tekst in de ene taal omzetten naar een andere taal, maar wat als er sprake is van twee talen in een tekst? En spreekt men dan eigenlijk nog wel van vertalen?16

Verderop in het essay gaat de Franse filosoof verder in op de eigennaam Babel. Hij stelt, zoals hierboven al vermeld dat Babel niet alleen maar een eigennaam is, maar ook een zelfstandig naamwoord. In de hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord staat Babel voor de verwarring van talen en de onherleidbare veelheid van talen.17 Babel blijft echter vertaald worden als eigennaam, namelijk als Babel. Gevolg is dat Babel na vertaling zowel de betekenis van de eigennaam in zich heeft als de betekenis van het zelfstandig naamwoord. Dit kan leiden tot verwarring. Babel wordt gebruikt als eigennaam maar roept meteen een associatie op met de betekenis van het zelfstandig naamwoord: ‘verwarring’. Hierbij speelt het gebruik van de hoofdletter ook nog een belangrijke rol. Derrida geeft hierbij een voorbeeld uit het Frans: pierre (zijnde: steen) en Pierre (zijnde: eigennaam). Bij vertaling zal, mits hoofdletters goed worden gebruikt, Pierre niet worden vertaald terwijl pierre dat wel zal worden. In het geval van Babel wordt dit lastig, omdat Babel – dus met hoofdletter-  wordt geïnterpreteerd als zowel eigennaam als zelfstandig naamwoord.

Tot slot bespreekt Derrida nog drie vormen van vertalen zoals die door Jakobson zijn geformuleerd. Allereerst kan er sprake zijn van intralinguïstische vertaling, hier wordt linguïstische tekens geïnterpreteerd aan de hand van andere tekens binnen eenzelfde taal. De tweede wijze van vertalen heeft betrekking op de interpretatie van linguïstische tekens op basis van een andere taal. Dit wordt interlinguïstisch genoemd. De laatste vorm van vertalen heeft betrekking op intersemiotische vertaling. Hier gaat het om de interpretatie van linguïstische tekens aan de hand van non-linguïstische tekens.18

Tot slot komt Derrida terug waar hij begon: de Toren van Babel. Doordat God ervoor zorgde dat de mensen verschillende talen gingen spreken en elkaar niet langer begrepen ligt de bron van het vertalen bij Babel.

Bibliografie

Evink 2002
Evink, C.E., Transcendentie en inscriptie. Jacques Derride en de hubris van de metafysica, Delft: Eburon, 2002.

Kamuf 1991
Kamuf, P.,  A Derride reader between the blinds, New York: Columbia University Press, 1991.

  1. Kamuf 1991, p. 270 []
  2. Kamuf 1991, p. 244-253 []
  3. Kamuf 1991, p. 275 []
  4. Evink 2002, p. 74-75 []
  5. Evink 2002, p. 75 []
  6. Evink 2002, p. 75 []
  7. Evink 2002, p. 76 []
  8. Evink 2002, p. 76 []
  9. Kamuf 1991, p. 244 []
  10. Kamuf 1991, p.244 []
  11. Kamuf 1991, p.244 []
  12. Kamuf 1991, 9. 245 []
  13. Kamuf 1991, p. 246 []
  14. Kamuf 1991, p. 248 []
  15. Kamuf 1991. P. 249 []
  16. Kamuf 1991, p. 250 []
  17. Kamuf 1991, p.250 []
  18. Kamuf 1991, p.252 []