De speech, de keuze

Hilary Benn was op stoom, hij gaf een weergaloze toespraak in het Britse Lagerhuis bij het debat over het uitvoeren van bombardementen op IS-doelen in Syrië. De anders zo kalme, zakelijk politicus toonde een ongekende betrokkenheid en emotie. Het is zonder twijfel een rede die niet snel vergeten zal worden. Een ongewoon applaus kwam de schaduwminister van Buitenlandse Zaken ten deel aan het einde van zijn betoog.

Al snel werd verwezen naar die andere toespraak, van die andere sociaal-democraat, over die andere oorlog: Tony Blair over de inval in Irak. Een toespraak die de laatste weifelde leden van het parlement over de streep trok. Blair en Benn spraken met eenzelfde toon, een zelfde bevlogenheid en met een zelfde soort appèl aan het Lagerhuis.
Hoe ver die vergelijking strekt kan nu nog niet worden gezegd, maar dat de inval in Irak met terugwerkende kracht geen bijster goede keuze geweest is staat vast. Het is maar de vraag of het werpen van bommen op doelen van Islamitische Staat het probleem op zal lossen. Is het platbombarderen van dorpen en steden in Syrië datgene wat vrede en veiligheid dichterbij brengt?

Het was de Vlaamse schrijver David van Reybrouck die in het weekend na de aanslagen in Parijs een in brief gegoten essay publiceerde op De Redactie (de tekst van Van Reybrouck). Hierin stelt de Vlaamse auteur dat het taalgebruik van Hollande gelijk is aan dat van George W. Bush na de aanslagen van 11 september 2001. En dat taalgebruik dwingt welhaast tot actie. Want, zo stelt Van Reybrouck, het kwalificeren van een gebeurtenis als oorlogsdaad, dwingt een staatshoofd daar gepast op te reageren. De inval in Irak die volgde op deze verklaring van de war on terror had als gevolg een ‘volkomen destabilisering van de regio, tot op vandaag’. Een instabiele situatie die in na het vertrek van de troepen uit het gebied een machtsvacuüm achterliet. Een vacuüm dat onder andere is ingevuld door Islamitische Staat.

De grote lijn die Van Reybrouck uiteenzet kan ik volgen. Ik denk echter wel dat het gebruiken van militaire krachten zoals de luchtmacht een bijdrage kan leveren in de strijd tegen Islamitische Staat. Maar een strategie die niets meer of minder behelst dan het werpen van bommen moet te allen tijde worden afgewezen. Voordat er over wordt gegaan op welke vorm van militaire actie dan ook, moet er een visie zijn. Een langetermijnvisie, een visie die stelt wat er moet gebeuren met het grondgebied waar IS zich op dit moment beweegt, een visie die iets moet zeggen over de positie van Assad nadat IS verslagen is, een visie die verder moet gaan dan alleen het verslaan van IS.

Waarom? Omdat zonder deze visie elke bom die je gooit een zinloze is. Want zonder een visie op de toekomst van het Midden-Oosten bega je als coalitie tegen IS exact dezelfde fout als de Britten en Amerikanen met het binnenvallen van Irak. Ook daar was er een strijd die gericht was op het verslaan van Saddam Hoessein en het vernietigen van de – naar nu blijkt niet bestaande – massavernietigingswapens. Maar nadat Hoessein was verslagen en het leger van Britten en Amerikanen voet aan de grond had gezet in Bagdad, bleef het stil. De inzet bleef een strijd om de heersende macht te verslaan en te trachten enige rust in het land te creëren. De daad werd bij het woord gevoegd door verkiezingen te organiseren en onze visie op democratie op te leggen aan een land dat daar absoluut nog niet klaar voor was. Maar op basis van verkiezingen komt er een democratisch gekozen regering en worden langzaam maar zeker de troepen teruggetrokken. Er werd aandacht besteed aan het opleiding van agenten, maar naar een echt structurele en stabiele oplossing werd niet gezocht. Met Van Reybrouck deel ik de mening dat juist door het machtsvacuüm dat in Irak ontstond, de voedingsbodem voor IS was gecreëerd. Je zou kunnen stellen dat door een tekort aan visie op de toekomst van het grondgebied van Irak, we als westerse wereld zelf ten dele schuldig zijn aan het ontstaan van de Islamitische Staat.

In de strijd tegen IS begint nu eenzelfde structuur te ontstaan. Het doel van de strijd is het bestrijden van IS, maar het doel zou verder moeten gaan dan dat. Het doel zou zich moeten richten op een duurzame en stabiele oplossing voor het Syrische en Irakese grondgebied. Zolang daar geen sprake van is, er geen concreet beeld is wat te doen nadat IS is verslagen, zolang zou elke vorm van oorlogsvoering moeten worden getemperd.

We zien dat de toespraak van Hilary Benn ongelofelijk veel indruk heeft gemaakt, maar de vraag is of de keuze die gemaakt is op dit moment de juiste is. Want er wordt wel nagedacht over wat te doen nadat IS is verslagen, maar een concrete visie is er niet. Zelfs over de positie van Assad is geen eensluidende visie. Met het ontbreken van een langetermijnvisie zou elke vorm van militaire actie dus geremd moeten worden, beperkt moeten blijven tot het steunen van het Irakese leger en de Pesjmerga.

Om met Joop den Uyl te spreken: ‘Waar het aan visie ontbreekt, komt een volk om.’