(Corbyn)mania!

Het einde van een partij of het begin van iets nieuws

Met de herverkiezing van Jeremy Corbyn als leider van de Britse Labour Party is een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de rumoerige periode waar de partij zich in bevindt. Rumoer die begon met de verkiezingsnederlaag in 2015, wat leidde tot het aftreden van partijleider Ed Miliband. Na diens aftreden werden nieuwe leiderschapsverkiezingen uitgeschreven en om vijf voor twaalf meldde de radicaal-linkse Corbyn zich in de ring. Zonder dat ook maar iemand rekening had gehouden met hem, was hij het die in het najaar van 2015 werd verkozen tot partijleider. Het parlementslid voor Islington North zit al sinds 1983 in het Lagerhuis en wordt gekenmerkt door zijn eigen lijn. In de hoogtijdagen van het New Labour van Blair, Brown en Mandelson was het Corbyn die in ruim een kwart van alle regeringsvoorstellen de zijde van de oppositie koos. Corbyn is een uitgesproken socialist in een partij die vanaf de jaren negentig meer en meer zich heeft geprofileerd als een sociaal-democratische partij.

Het leiderschap van Corbyn heeft van meet af aan voor opschudding gezorgd. Verschillende parlementsleden weigerden zitting te nemen in zijn schaduwkabinet. Maar het werd voor het eerste echt spannend rondom de bombardementen boven Syrië, met als doel het verzwakken van Daesh. Uit dit debat kon een ding worden geconcludeerd: van een eensluidende visie was bij Labour geen sprake. Sterker nog, op sleutelposities van het schaduwkabinet was er diepe verdeeldheid.

Maar de spreekwoordelijke druppel voor veel leden van de parlementaire fractie was Corbyns opstelling gedurende de campagne voor het referendum over de Britse verhouding tot de EU. Een pro-Europese partij als Labour verwacht van haar leider dat hij dát verhaal duidelijk aan het voetlicht weet te brengen en de straat op gaat om mensen mee te nemen in de voordelen en de uitdagingen van de Europese Unie. Maar een leider die zelf maar mondjesmaat gelooft in dat hele project van Europese eenwording, is niet de man om dat verhaal te berde te brengen. Dat was zonneklaar, dat bewees Corbyn. Door de voor Labour slechte uitslag van het referendum werd er definitief aan de stoelpoten van de nieuwbakken leider gezaagd. De eerste die dit openlijk deed was schaduwminister van Buitenlandse Zaken en zwaargewicht binnen de eigen fractie Hilary Benn. Hij zegde het vertrouwen in Corbyn als partijleider op. In de dagen die volgenden namen meer en meer parlementsleden genoegen met een rol op de achtergrond zolang Corbyn te partij zou leiden. Een breed gesteunde motie van wantrouwen legde de rode loper uit voor een leiderschapsverkiezing.

Deze zou anders verlopen dan de vorige: toen was het vier tegen een. Nu een man-tegen-mangevecht tussen Corbyn en de Welshman Owen Smith. Het Lagerhuislid namens kiesdistrict Pontypridd vertegenwoordigde een nieuwe generatie parlementsleden, wars van de doorgeslagen neo-liberale visie van New Labour. Smith onderschreef een groot deel van de visie die Corbyn uiteenzette, maar Smith stond voor een ander leiderschap, een leiderschap met ruimte voor eigen visie. Een partijleiderschap dat veel feller oppositie zou voeren en het de regering van May veel lastiger zou maken dan dat Corbyn tot dat toe had gedaan.

 

Herkozen

Maar afgelopen zaterdag werd duidelijk dat het merendeel van de leden van de Labour Party vertrouwen blijft houden in Corbyn. Hij kan zijn leiderschap voortzetten met een nog groter mandaat van de leden, ruim 61% van hen steunt hem. Twee keer binnen een jaar wordt duidelijk dat de leden van Labour voor een ander geluid, een andere visie kiezen. Een visie die ver afstaat van de politiek van New Labour, de politiek van het sociaal-liberalisme. Door deze herverkiezing voelt Corbyn de steun voor zijn visie en werkwijze. Meer dan ooit zal hij deze visie door willen zetten, ondanks de vraagtekens die parlementsleden van zijn eigen fractie zetten bij de door hem uitgestippelde route. Tegelijkertijd laten de peilingen zien dat de volwaardige steun van een groot deel van de leden Corbyn in Lagerhuiszetels niet veel oplevert. Sterker nog, hij is immens impopulair.

 

Toekomst

De vraag is wat dit hernieuwde partijleiderschap gaat doen met de Labour Party als geheel, maar met haar parlementaire fractie in het bijzonder. Want hoewel Corbyn de boodschap van een verenigde partij uitdraagt, is van zo’n partij op dit moment nog geen sprake. Meer dan 70% van de fractie zegde het vertrouwen in Corbyn op, dat vertrouwen heeft hij met deze herverkiezing niet teruggewonnen.

De partijleider verkeert in een bijzondere positie: hij heeft steun van de leden, maar is in het land (althans, in de peilingen) noch in zijn fractie populair. Door de herverkiezing van Corbyn komt er hoogspanning te staan op Labour. De vraag is wat deze spanning met de partij zal doen. Een ding lijkt alvast zeker: met zo’n ongekend verdeelde oppositiepartij is Theresa May nu al zeker van herverkiezing voor de Conservatives in 2020. Die herverkiezing wordt nog eens extra zeker door de les van 2015: Cameron versloeg destijds Ed Miliband, hij werd te links geacht voor het premierschap. Als Miliband al te links was, is Corbyn zonder enige twijfel te links.

Volgens mij kan het in de komende jaren twee kanten opgaan. Er zijn – net als met de eerste verkiezing van Corbyn als leider [Corbyn als leider, twee extreme scenario’s] – twee extreme scenario’s. Twee scenario’s die echter niet ondenkbaar zijn. Maar wel twee scenario’s die Labour een flinke deuk oplopen, een hoopgevend scenario voor de partij is er niet, voor de sociaal-democratie misschien nog wel.

Scenario’s

In het ‘split’-scenario valt de huidige fractie van 230 Lagerhuisleden uiteen in een groep die achter de partijleider blijft staan en een groep die zich af zal splitsen. Deze laatste groep zal dan voornamelijk bestaan uit parlementsleden die gelieerd zijn aan de politiek van New Labour en gediend hebben onder het premierschap van Tony Blair of Gordon Brown. Zij staan voor een partij die zich op het politieke midden richt. Een sociaal-democratie die niet blijft hangen in oude dogma’s, maar de uitdagingen van de huidige tijd op een eigentijdse manier wil oplossen. Deze fractieleden zouden een nieuwe partij op kunnen richten, een partij met als uitgangspunt de visie van New Labour. Als het grootste gedeelte van de huidige Labour-fractie mee zou gaan in deze splitsing is er een nieuwe grootste oppositiepartij en is hun partijleider de officiële oppositieleider van het Lagerhuis. Hiermee zou Corbyn opzij worden geschoven door zijn oud-fractieleden en worden verwezen naar een minder zichtbare plek in het Lagerhuis en het politieke debat.

Splitsing op zichzelf is geen nieuw fenomeen bij Labour. In de geschiedenis van de partij is het vaker voorgekomen dat door onvrede een deel van de eigen fractie zich los wurmde en een nieuwe partij in het leven riep. De meest recente splitsing is van maart 1983. Toen waren er vier vooraanstaande figuren binnen Labour die gezamenlijk de Social Democratic Party hebben opgericht. Dit was het gevolg van onenigheid over de visie van de partij, die volgens deze vier als te links moest worden beschouwd. Uiteindelijk zou de nieuwe opgerichte partij opgaan in de LibDems en viel het resultaat van de splitsing dus tegen. Het grote verschil tussen de situatie van begin jaren tachtig en nu is echter dat het overgrote deel van de Labour-parlementsleden geen vertrouwen meer heeft in haar leider. Waar de Social Democratic Party een bescheiden rol zou spelen (men had immers maar twee Lagerhuisleden), is er voor een nieuwe afsplitsingspartij – mits die voldoende parlementsleden weet mee te krijgen – een veel aanzienlijkere rol weggelegd.

Blijft een splitsing de fractie bespaard, dan wacht Labour een lange periode in de oppositie. Dit tweede scenario zou een positief effect hebben op de politieke macht van de LibDems onder leiding van Tim Farron. Een Labourfractie die zich onder leiding van Corbyn richting de verkiezingen van 2020 werkt zal een flinke tik krijgen. Corbyn voert al een jaar lang oppositie zonder dat dit enig positief effect heeft. Bij tussentijdse verkiezingen in kiesdistricten zal Labour zetels verliezen en zal de macht van de regering onder leiding van Theresa May alleen maar groeien.

De kiezer herkent zich niet in het verhaal van Corbyn en zal op zoek gaan naar een alternatief. Dat alternatief wordt geboden door de LibDems. Bij het laatste partijcongres van de Britse D66 sprak hij uit een bewonderaar te zijn van de vroege Tony Blair. De premier die investeerde in de NHS en die het minimumloon invoerde. Uitgangspunten die passen bij een sociaal-liberale samenleving die een balans zoekt tussen zorgen voor de zwakkeren en staan voor ontwikkeling van het individu.

De LibDems springen in het politieke gat dat door de naar links oprukkende Labour Party wordt achtergelaten. Leider Tim Farron heeft vanaf zijn eerste dag als partijleider ingezet op een politieke lijn van de LibDems die overeenkomt met de politieke visie van New Labour. Hiermee wordt de Britse D66 een verkiesbare partij, veel meer dan dat Labour dat onder leiding van Corbyn is. In dit scenario zou Labour een kleine rol in de marges van de Britse politiek spelen na de landelijke verkiezingen in 2020 en zouden de LibDems de rol van echte oppositiepartij kunnen opeisen. Gevaar voor Labour van dit scenario is, dat de traditionele sociaal-democratie geen rol van betekenis meer speelt in de Britse politiek.

Een herhaling van ’t kunststukje?

Is er dan geen enkele redding meer mogelijk voor de sociaal-democratie in het Verenigd Koninkrijk? Het New-Labourscenario van eind jaren tachtig/begin jaren negentig zou opnieuw een oplossing kunnen bieden. Daarmee bedoel ik niet de politieke visie van New Labour, maar wel de route richting de verkiezing van Blair als partijleider. De aanloop voor zijn verkiezing begon met het partijleiderschap van Neil Kinnock van  1983 tot 1992. Hij was het die de eerste stappen zette voor vernieuwing en hervorming van de partij die het mogelijk maakte dat later John Smith en na diens plotselinge overlijden Tony Blair de partij terugbrachten aan de macht. De verkiezingswinst van 1997 was onmogelijk geweest als Kinnock niet hangend en wurgend de partij langzaam maar zeker had hervormd.

Opnieuw zo’n situatie is niet ondenkbaar. Er zijn namelijk veel paralellen met de situatie van begin jaren ’80. De Conservatives werden geleid door een vrouw: toen Thatcher, nu May. Kinnocks partijleiderschap was een vervolgstap op het veel te linkse partijleiderschap van Michael Foot, een opvolger van Corbyn zou voor eenzelfde uitdaging staan. Deze uitweg zal wel een lange adem vragen. Het vroeg meer dan een decennium om de partij na het partijleiderschap van Foot te hervormen, met de macht van vakbonden. Dat gold in de jaren tachtig, dat geldt vandaag de dag.

De eerste uitdaging

Hoe het ook zij, wat er ook zal gebeuren. Onrustig zal het nog wel even blijven binnen de Labour Party. Hoe hard Corbyn ook roept dat vanuit een visie van eenheid, de partij ook eenheid uit zal stralen, de werkelijkheid is een stuk weerbarstiger. Er is veel lijmwerk te verrichten, veel schade te herstellen. Maar de eerste uitdaging ligt voor de herkozen leider in het vormen van een nieuw schaduwkabinet. Als daarin alleen plek is voor aan Corbyn gelieerde parlementsleden, is van eenheid geen sprake.