Corbyn als leider, twee extreme scenario’s

Het is een overwinning die vijf maand geleden onmogelijk leek en die zonder twijfel als historisch de geschiedenisboeken in zal gaan. Jeremy Corbyn won gister de leiderschapsverkiezing van de Britse Labour Party in de eerste ronde met bijna 60 procent van de stemmen. Een van oudsher als buitenbeetje gekenmerkte man wint van drie gematigdere kandidaten, Burnham, Cooper en Kendall. De winst van Corbyn betekent hoe dan ook een koerswijziging van de sociaal-democraten in het Britse Lagerhuis. Een koers die nutsbedrijven weer opnieuw in handen wil brengen van de staat, een koers die af wil van collegegeld. Een koers die bepaald is door een man die in De Groene Amsterdammer van 27 augustus als volgt werd getypeerd: ‘ (…) Corbyn, die nooit van socialist naar sociaal-democraat is geëvolueerd.’ Een ding is zeker, Corbyn heeft het momentum te pakken. Maar wat betekent de winst van Corbyn voor de politieke macht van Labour?

Corbyn neemt met zijn visie afstand van het neo-liberale geluid dat zo kenmerkend was voor het New Labour van Blair en Brown. Dat geluid zal de komende jaren niet meer gehoord worden vanuit de front bench van Labour. Sterker nog, in verschillende Britse media is het blairism al dood verklaard. Het nieuwe geluid wordt gesteund door procentueel meer leden dan Blair achter zich wist te scharen bij zijn leiderschapsverkiezing in 1994. De leden van Labour zien heil in de koers van Corbyn. Maar weet deze koers ook de verloren kiezers weer te binden aan het sociaal-democratische gedachtengoed? Als het Corbyn lukt de kiezer net zo aan zich te binden als die meer dan tweehonderdduizend leden, dan worden de verkiezingen van 2020 interessant. Met het streven naar een nieuwe vorm van politiek, waarbij ook de leden van Labour meer invloed krijgen, waait er et Corbyn in ieder geval een andere wind: Democratisering en afzetten tegen het establishment. Corbyn kan zich op meerdere fronten hard opstellen richting Cameron: de opvang van vluchtelingen, de bombardementen op Syrië en Irak en de bezuinigingen op de zorg en de daarmee samenhangende ontmanteling van de National Health Service. Corbyn en Cameron zullen in ieder geval regelmatig botsen als ze tegenover elkaar staan aan de despatch boxes. Het is niet ondenkbaar dat door de bezuinigingsdrang van Cameron een bepaald gevoel van onbehagen zich meester gaat maken van de Britse kiezers. Als dat het geval is, dan is Corbyn de man om de kiezer te overtuigen dat een nieuwe koers Groot-Brittannië naar een betere toekomst kan leiden. Corbyn zou dan zomaar uitzicht kunnen krijgen op een premierschap in 2020.

Maar het is niet ondenkbaar dat er onder de kiezers net zo’n gevoel heerst als onder een flink aantal parlementsleden van de Labour Party. Zij zien het absoluut niet zitten in deze nieuwe koers en bedanken dan ook en masse voor een plek in het schaduwkabinet. Het is zelfs mogelijk dat – en de geschiedenis van Labour kent een traditie in deze – een groep parlementsleden een eigen progressieve beweging opzet binnen het Britse parlement. Als de kiezer zich op eenzelfde wijze vervreemd gaat voelen van het radicaal-linkse geluid dan creëert Labour een enorm gat tussen de linker vleugel en het midden. Er ontstaat een electoraal vacuüm. Er is binnen de Britse politiek op dit moment een partij die daar garen bij kan spinnen: de Lib Dems onder leiding van Tim Farron. Farron is de sociaal-progressief die als opvolger van Nick Clegg de Lib Dems een nieuw gezicht moet geven. De verdere vervreemding van de kiezer van Labour zou de partij van Farron weer terug kunnen brengen in het centrum van de macht. In dat geval zouden de verkiezingen van 2020 een tweestrijd worden tussen Farron en de Conservatives (tegen die tijd waarschijnlijk onder leiding van de burgemeester van Londen, Boris Johnson).

Dit zijn slechts twee mogelijke scenario’s. Het zijn wel de twee meest extreme scenario’s die denkbaar zijn: een volledig verval van Labour aan de ene kant en een ongelofelijke wederopstanding aan de andere kant. Misschien ligt de waarheid zoals wel vaker ergens in het midden. Zittend premier Cameron gaat in ieder geval een nieuwe opponent tegenover zich zien tijdens de PMQ’s. De PMQ’s op woensdagmiddag zullen weer het spektakelstuk worden dat ze waren toen Blair en Hague daar de degens kruisten. Hoe Corbyn zich aan de front bench zal manifesteren en wat dit doet met de Britse kiezer is iets dat de toekomst uit zal gaan wijzen. En hoewel cliché, is het niet minder waar: de toekomst zal het leren.