Brexit als zwaard van Damocles

Hij is nu langzaamaan meer dan een half jaar onderweg en hij zou het gezicht moeten zijn van Labour-partij. Na zijn verkiezing was er meteen onrust in de partij, schaduwministers traden af, of waren bij het nieuw te vormen schaduwkabinet niet beschikbaar. De bijzondere verkiezing van Corbyn tot leider van Labour en zijn positie in de partij vragen om een korte terugblik en van daaruit een blik naar voren. De centrale vraag: wat heeft het leiderschap van Corbyn tot nu toe met Labour gedaan?

Als we terugkijken naar de partijleiding vanaf de opkomst van Tony Blair, is er heel wat gebeurd. Blair werd met een overweldigende meerderheid gekozen tot partijleider, na het plotselinge overlijden van John Smith. Onder Blair werd een al door Neil Kinnock en John Smith ingezette radicale stap naar het midden van het politieke spectrum gezet. De wind die door de partij waaide was progressief-liberaal met een social-democratisch sausje. Die politieke lijn werd het DNA van de partij. Dat gebeurde onder leiding van Blair, maar kreeg vervolg met het premierschap van Brown en onder de vleugels van diens opvolger Ed Miliband. Allemaal zaten zijn op de lijn van een progressieve partij, met oog voor de zwakkeren in de samenleving, maar ook oog voor het neo-liberale gedachtengoed. Je zou het DNA kunnen vatten binnen de kaders van de beroemde en beruchte derde weg. Die politieke lijn, dat DNA, is met de verkiezing van Jeremy Corbyn als partijleider radicaal gewijzigd. Van centrumlinks naar radicaal-links in een leiderschapsverkiezing. Juist de linkervleugel van de partij, waar zowel Blair als Brown last van hebben gehad tijdens hun premierschap, heeft de macht binnen de partij overgenomen.

Corbyn MP

Als lid van het Lagerhuis was hij altijd een buitenbeentje van zijn eigen partij. Hij was wars van partijdiscipline en stond meer voor de socialistische vleugel, dan voor de sociaal-democratische. Hij vormde een groep parlementsleden samen met Tony Benn, Dennis Skinner en niet te vergeten de oud-burgemeester van Londen, Ken Livingstone. Zij waren nogal eens een doorn in het oog van de Labourleiding onder aanvoering van Blair. Deze radicaal-linkse heren gingen hun eigen goddelijke gang en trokken zich betrekkelijk weinig aan van de lijn die door de partij werd uitgezet.

Wat je in het afgelopen halfjaar in Westminster hebt zien gebeuren, is dat groep parlementsleden die vallen onder de vlag van New Labour het gedrag van Corbyn imiteren. Ook zij verzetten zich nu openlijk tegen de partijlijn die door de nieuwe leider wordt uitgezet. De strategie die Corbyn als parlementslid jarenlang volhield – namelijk: niet meegaan in de partijlijn, omdat je tot een andere vleugel van de partij behoort – wordt nu gekopieerd door zijn ideologische tegenstanders binnen de eigen club. De eerste tekenen daarvan waren al te zien toen Corbyn werd verkozen: op dezelfde avond traden een flink aantal Blairites en Brownites terug van uit het schaduwkabinet. In de loop van de afgelopen maanden zie je dat deze club de focus verlegt, Sadiq Khan werd verkozen tot burgemeester van Londen en Andy Burnham is druk doende de nieuwe burgemeester van Manchester te worden. Het uit deze gang van zaken naar voren komend beeld is dat Corbyn de touwtjes niet, of te weinig, in handen heeft. Hij is teveel de links-radicaal en te weinig leider van de hele Labour-partij. Door zijn eigen verleden heeft hij niet de mogelijkheid af te dwingen dat parlementsleden de door hem gekozen route volgen. Juist dat recalcitrante waar hij voor een deel zijn leiderschap aan te danken heeft, werkt nu tegen hem.

Dit werd buitengewoon goed geïllustreerd door het debat over het bombarderen van doelen van Islamitische Staat in Syrië. De partij als geheel, maar ook het schaduwkabinet was diep verdeeld. Deze verdeeldheid werd breed uitgemeten in de Britse pers. Het werd nog eens extra pijnlijk toen aan het slot van het debat Hillary Benn (schaduwministers van Buitenlandse Zaken) een werkelijk fantastische bijdrage hield in het Lagerhuis, waarin hij pleitte voor het bombarderen van doelen van IS in Syrië. Het ongemakkelijke hupje dat Corbyn maakt als Benn gaat zitten, is tekenend voor hoe de partijleider zich die avond voelde.

De positie van Cameron

Corbyn oogt zwak, lijkt geen sturing te kunnen geven aan een tot op het bot verdeelde partij en weet het momentum tot op heden nog niet te pakken. Zijn politieke evenknie aan regeringszijde heeft het eveneens zwaar. Cameron lijkt zich verslikt te hebben in het debat over of het Verenigd Koninkrijk wel of niet een plek moet hebben binnen de Europese Unie. Zoals het debat over bombardement boven Syrië de Labour-partij verdeelde, zo verdeelt het debat over een mogelijke Brexit de Conservatives. Meer dan ooit blijkt er een tweespalt in de partij te zijn, die vaak als veenbrand leek te woekeren, maar nu tot een volle brand is verworden. Kopstukken uit de partij vallen over elkaar heen, de flamboyante oud-burgemeester van Londen Boris Johnson aan de ene kant, de zakelijke minster van Financiën George Osborne aan de andere. De verwijten gaan hard tegen hard, toch weet Corbyn ook nu het momentum niet te pakken. Cameron heeft nog nooit zo zwak gestaan, maar met deze oppositieleider heeft hij alleen zijn eigen partij te vrezen. Het is tekenend voor Corbyn als politiek leider, hij bezit niet de kunst het momentum te grijpen en al helemaal niet om dat momentum vast te houden. Dit kan voor Labour uitdraaien op een dramatische verkiezingsuitslag bij de verkiezingen in 2021.

Wat heeft Labour nodig?

Zoals ik kort na de verkiezing van Corbyn al schreef (http://niekwind.nl/corbyn-als-leider-twee-extreme-scenarios/), kan zijn leiderschap twee kanten opgaan: een ongekende winst of een marginalisering van de partij. Labour snakt naar een type als Blair, een leider die intern de touwtjes strak in handen heeft en niets aan het toeval overlaat, maar naar buiten toe uitstraalt de rust zelve te zijn. Blair was voor de buitenwereld de ultieme schoonzoon, maar was voor zijn eigen partijleden keihard. Hij wist als geen ander dat beeldvorming van levensbelang was binnen het politieke wereldje. Niet voor niets nam hij met Alistair Campbell een spindoctor in de hand die fulltime werkte aan positieve beeldvorming van de premier. Daardoor ontstond het beeld van een mensenmens, iemand die net zo makkelijk het gesprek aanging met een inwoner van een arme Londense wijk als met de grote baas van de Formule 1, Bernie Ecclestone.

Labour heeft weer zo’n type leider nodig. Dat zegt overigens niets over de politieke lijn die de partij moet insteken en uit moet stralen, maar meer over de structuur van leiderschap die nodig is om de partij niet terug te laten vallen. Het heeft er op dit moment alle schijn van dat de marginalisering werkelijkheid wordt. Het referendum over een Brexit wordt daarom bijzonder interessant. Weet Corbyn nog enigszins de winst naar de partij toe te trekken, of wordt na donderdag nog fanatieker aan zijn stoelpoten gezaagd?